Dividendbelastingzaken verschuiven van Den Haag naar Luxemburg
Met 235 cassatiezaken vormden dividendbelastinggeschillen vorig jaar de grootste categorie binnen de belastingkamer van de Hoge Raad. De uitkomst is vrijwel steeds hetzelfde: buitenlandse beleggingsfondsen krijgen geen gelijk. De Hoge Raad oordeelt consequent dat de Nederlandse fiscale beleggingsinstelling (fbi) onderdeel is van een samenhangend systeem, waarbij belastingvoordelen gekoppeld zijn aan specifieke verplichtingen, zoals het uitkeren van winst en het inhouden van dividendbelasting. Buitenlandse fondsen voldoen doorgaans niet aan die voorwaarden en lopen daardoor tegen dezelfde juridische muur aan.
Toch zetten fondsen hun procedures voort. De reden ligt bij de Europese Commissie, die een inbreukprocedure tegen Nederland heeft gestart wegens mogelijke strijdigheid met het vrije verkeer van kapitaal. Mocht het Europese Hof van Justitie uiteindelijk oordelen dat de Nederlandse regeling in strijd is met het EU-recht, dan kunnen lopende procedures cruciaal zijn voor eventuele compensatie. Voor fiscalisten en advocaten verandert daarmee de aard van het proces. Cassatie dient niet langer primair om een nationale overwinning te behalen, maar om juridische rechten veilig te stellen in afwachting van een Europese uitspraak. Daarmee verschuift het zwaartepunt van fiscale procesvoering steeds nadrukkelijker van Den Haag naar Luxemburg.
Dit is een samenvatting van het volledige blog op advocatie.nl.