Werkgevers lopen sneller aansprakelijkheidsrisico bij grensoverschrijdend gedrag
Grensoverschrijdend gedrag is uitgegroeid tot een belangrijk juridisch en organisatorisch risico voor werkgevers. Volgens de auteurs strekt de wettelijke zorgplicht zich nadrukkelijk uit tot het voorkomen van psychische schade door onder meer pesten, agressie, seksuele intimidatie en een te hoge werkdruk. Recente uitspraken maken duidelijk dat rechters steeds kritischer toetsen of werkgevers risico's tijdig hebben geïnventariseerd, passende preventieve maatregelen hebben genomen en klachten zorgvuldig hebben opgevolgd. Het ontbreken van een actuele Risico-Inventarisatie & Evaluatie (RI&E), een concreet plan van aanpak of adequate nazorg blijkt daarbij regelmatig doorslaggevend voor aansprakelijkheid.
De lat voor werkgevers wordt bovendien verder verhoogd door nieuwe wetgeving, waaronder een verplichte gedragscode ongewenst gedrag, de voorgenomen verplichting van een vertrouwenspersoon en internationale afspraken over een veilige werkplek. Daarmee verschuift de aandacht van reactief handelen naar aantoonbare preventie. Voor organisaties betekent dit dat PSA-beleid niet langer een formele verplichting is, maar een essentieel onderdeel van goed werkgeverschap, risicobeheersing en juridische bescherming. Investeren in preventie, documentatie en nazorg verkleint niet alleen de kans op claims, maar draagt ook bij aan een veiligere en gezondere werkomgeving.
Dit is een samenvatting van het volledige artikel op site Dirkzwager.